Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat geen sprake is van discriminatie omdat ondernemersbegrip in de Wet OB 1968 juist een heel ruim begrip is. Het is ook niet relevant of de 10% gebruikseis daadwerkelijk wordt gehandhaafd.

Belanghebbende is in 2014 houder van een bestelauto. Aangezien hij geen btw-ondernemer is, komt hij niet in aanmerking voor het lage MRB-tarief. In geschil is of dat terecht is. Belanghebbende stelt dat sprake is van discriminatie. Vanaf 1 januari 2005 is de reikwijdte van het btw-ondernemersbegrip volgens hem dermate uitgebreid dat het arrest HR 10 september 2010 niet meer maatgevend is.

Voorbeelden van deze uitbreiding zijn onder meer:

1) niet-ondernemers die lid zijn van een fiscale eenheid,

2) verhuurders van niet-woonruimten,

3) particulieren met zonnepanelen,

4) commissarissen en bestuurders,

5) verhuurders van garageboxen en

6) investeerders in tulpenbollen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat geen sprake is van discriminatie omdat het ondernemersbegrip in de Wet OB 1968 juist een heel ruim begrip is. De wet is op dit punt na 1 januari 2005 niet gewijzigd. Het gegeven dat de jurisprudentie er meer duidelijkheid over heeft gegeven, brengt niet mee dat dit begrip thans anders is dan het was op 1 januari 2005. De keuze van de wetgever om aan te sluiten bij 10% zakelijk gebruik, is ook gerechtvaardigd. Het is niet relevant of de 10% gebruikseis daadwerkelijk wordt gehandhaafd. Dit doet namelijk niets af aan de regeling zelf. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.