Als de pensioenregeling niet per 1 januari 2015 is aangepast of is voorgelegd aan de Belastingdienst kan dat onwenselijke fiscale gevolgen hebben voor werkgevers en werknemers. Dat antwoordt staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën op vragen van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) over de pensioenmaximering op € 100.000 en de verlaging van de pensioenopbouw.

Als de pensioenregeling vóór 1 januari 2015 wordt voorgelegd, kan gebruik gemaakt worden van de wettelijke glijclausule van artikel 19c Wet LB 1964 voor wijzigingen die in moeten gaan per 1 januari 2015. Deze glijclausule houdt in dat de pensioenregeling kan worden ingevoerd en na afstemming met de inspecteur waar nodig kan worden aangepast. Het voordeel van de wettelijke glijclausule is dat de regeling in de periode tussen de invoering en aanpassing met terugwerkende kracht niet als fiscaal onzuiver wordt aangemerkt. De glijclausule geldt dus niet voor pensioenregelingen die na 1 januari 2015 zijn voorgelegd.

Verder deelt Wiebes nog mee dat de aftoppingsgrens van € 100.000 geldt per dienstbetrekking.